Visie en aanpak

Een prachtige,
boeiende en leerzame taak

Lesgeven, het is een prachtige,
boeiende en leerzame taak.
Inmiddels geef ik 20 jaar les en
ik ben er niet dommer van geworden!
Aan mijn leerlingen heb ik mijn
praktijkervaring en de vele leermo-
menten voor mijzelf te danken.
Dat klinkt zo eenvoudig, maar daar
zit zoveel in opgesloten. Alles wat je
zelf kunt, moet je over kunnen dragen
aan een ander.

Schaduwzijden

Dingen die voor jou logisch zijn, die zijn voor een ander niet logisch. Je krijgt met veel verschillende mensen en karakters te maken. Het is een voorrecht wanneer een muzikaal getalenteerde leerling aan je zorgen wordt toevertrouwd. Schaduwzijden Natuurlijk zijn er ook schaduwzijden waar je als docent op een verstandige wijze mee dient om te gaan:
  • De haastige tijd waarin we leven, levert een groep mensen op die een korte hapklare cursus wil volgen met een zo hoog mogelijk rendement. Zelf noem ik dit: “Een cursus lezen en vingers bewegen”. Waarom? Dat zal u al lezend wel duidelijk worden.
  • Het komt helaas nogal eens voor dat een kind naar les wordt gestuurd, omdat pa en ma zelf ook kunnen spelen of, omdat er nu eenmaal een instrument in de woonkamer staat, terwijl het kind in kwestie geen enkele interesse en/of aanleg toont voor het instrument in kwestie en muziek in het algemeen.
  • Tegenwoordig is men financieel ook in staat om een orgel/piano/vleugel aan te schaffen omdat het zo’n mooi meubelstuk is in de woonkamer. En als het instrument er staat is het vreemd wanneer er niemand kan spelen, dus dan maar les nemen. Ik wil niet ontkennen dat er een spontaan talent kan opduiken, maar het is echter wel een wat vreemde volgorde.
  • Je krijgt soms te maken met een verkeerd beeld van de leerling en/of de ouders met betrekking tot de muzikale vorming:
1) Het aantal jaren waarin een leerling lessen volgt, wordt nogal eens gebruikt om aan te geven wat de hoogte van het niveau is. Dit is niet juist, het aantal jaren is niet doorslaggevend. Het niveau dat een leerling binnen een bepaald aantal jaren bereikt, is niet te vergelijken met het niveau van een andere leerling in hetzelfde aantal jaren. De mate van aanleg en inzet van de leerling en de rol van de docent in het geheel zijn doorslaggevend. Dat is per leerling verschillend.

2) Muzikale vorming betekent niet: elke week een stukje opgeven, voorspelen en verder maar weer naar het volgende boek. Als de leerling thuiskomt en bijvoorbeeld geen nieuwe stukjes uit het lesboek heeft opgekregen, ontstaat soms ten onrechte het beeld dat de leerling niet voldoende vordert. Men realiseert zich dan niet dat een muzikale vorming meer inhoudt dan alleen stukjes opgeven:

-De ontwikkeling van het muzikale gevoel/gehoor van de leerling moet voorop staan. Dit kan betekenen dat er in de les ritmeoefeningen of luisteroefeningen gedaan worden om het muzikale gevoel/gehoor te ontwikkelen. U leest hierover meer in het gedeelte over de auditieve fase.

- Muziek, het is niet los te koppelen van emotie. De emotionele beleving van ieder mens is weer uniek. Soms heeft een leerling iets meegemaakt waarvan hij zo vol is, dat het musiceren niet zo wil lukken. Praten heeft op zo’n moment meer zin.

Ideaalsituatie


Mag ik eens een ideaalsituatie schetsen? Er moet liefde zijn voor muziek en er moet liefde zijn voor een instrument! Vanuit die liefde wordt de wens geboren om zelf ook dit instrument te bespelen. Als die mogelijkheid zich voordoet volgt het experimenteren op het instrument. Het zoeken naar melodie en harmonie (samenklank). Vanuit dit experimenteren komt de behoefte naar een docent tot leven. De juiste docent geeft handen en voeten aan het geheel. De samenklanken worden dan melodieën, de ritmiek komt tot leven, de leerling krijgt een muzikale vorming waarbij zijn muzikale persoonlijkheid centraal staat. Ging het maar altijd zo.

Het begin

De eerste muzieklessen, die zullen 
altijd in je geheugen gegrift blijven. 
Met name bij jonge kinderen heeft 
de muziekdocent een verantwoordelijke taak. De eerste muzieklessen, 
de eerste lesjaren, ze kunnen de 
muzikale vorming maken en breken. 
Het is mijns inziens ontzettend 
belangrijk dat de muziekdocent in 
het algemeen zichzelf herhaaldelijk
de volgende vragen stelt:

-Heb ik een goed beeld van de muzikale beleving van mijn leerling?

-Ontwikkel ik het muzikale gevoel en de persoonlijkheid van de leerling en maak ik geen kopie van mijzelf?

Dat deze vragen zo belangrijk zijn, wil ik graag hieronder verduidelijken.

Een verkeerd begin

Een verkeerd begin is funest voor een leerling. Nogmaals, de eerste muzikale ervaringen van een kind wortelen zo diep, dat ze gedurende de gehele muzikale ontwikkeling meegenomen worden en blijvend van invloed zijn. Een goed en muzikaal begin is van zeer groot belang. Helaas gebeurt het vandaag de dag nog maar al te vaak dat kinderen (en volwassenen) vanaf hun eerste privé-les orgel, piano, keyboard of ander instrument, direct geconfronteerd worden met de notenbalk en alle bijbehorende tekens en middelen. Het kind (of de volwassene) leert tijdens die eerste privé-les alle notennamen, verschillende notenwaarden, verschillende muzieksleutels etc. etc. Dat is veel te veel. Hoe moet het dan? Laten we als voorbeeld eens de eerste pianolessen volgen die Aafje Octaafje elke week thuis ontvangt van de heer G. Sleutel.

Aafje Octaafje

Aafje Octaafje is een leerlinge die al een paar dingen heeft geprobeerd op de piano. Ze kan nog geen noten lezen en wil dat graag leren om allerlei muziekstukken te kunnen spelen. Daarnaast zou ze zelf wel eens een muziekstukje willen verzinnen want ze kan leuk fantaseren op de piano.

Tijdens de eerste les gaat de moeder van Aafje mee, zo’n eerste keer is toch best eng. Wie weet wat voor een man die G. Sleutel is. De moeder van Aafje zegt tegen de leraar: “Aafje kan al wat uit haar hoofd.” De heer G. Sleutel schudt zijn hoofd en zegt: “we kunnen ons beter richten op het noten lezen, dat is veel knapper dan al dat spelen uit het hoofd. De heer G. Sleutel geeft Aafje direct haar eerste lesboek en laat haar daarin een notenbalk zien. Als eerste vertelt de heer G. Sleutel dat de notenbalk 5 lijnen heeft en dat er vooraan die balk een G-sleutel is getekend. De G-sleutel wijst de lijn van de G aan. Er zijn 7 letters in het muziekalfabet: a, b, c, d, e, f, en g. Daarna wijst hij op de notenbalk een noot aan en vertelt het volgende: “Kijk Aafje, deze noot noemen we C. Als je die in je boek ziet staan, moet je deze toets indrukken. Als de volgende noot hoger is, dan moet je een hogere toon spelen. Als de noot lager is, dan moet je een lagere toon spelen. Pas wel op voor de sprongen hoor!” Daarna mag zij gaan spelen. Immers, als de nootjes op de balk stijgen, ga je met het alfabet (c, d, e, enz.) mee en moet je steeds hogere tonen spelen. Wanneer de nootjes op de balk dalen, ga je in het alfabet terug, en moet je omlaag spelen. Voor Aafje is het allemaal best wel even wennen: ze had nog nooit goed naar een notenbalk gekeken. Dat lezen is eigenlijk best wel lastig en, als de heer G. Sleutel er terloops nog even bij vertelt, dat dichte noten met een stok 1 tel duren en open noten met een stok 2 tellen duren, gaat alles zelfs even draaien voor haar ogen. Toch zet ze door, ze wil het systeem doorgronden. Na een aantal lessen herkent ze een aantal dingen.

Een slimme, handige en goed geconcentreerde leerling zal dit zeker een tijdje volhouden, daar twijfel ik niet aan. Het probleem is echter dat Aafje in een paar lessen veel te veel informatie te verwerken krijgt. Ze moet noten lezen vanaf een balk, ze moet de naam van die noten weten, dan de juiste toets aanslaan en ook nog letten op het ritme. Aafje heeft helemaal geen tijd meer om te luisteren naar hetgeen ze speelt. Het grote probleem is dus dat Aafje een leessysteem aanleert en dit vertaalt naar bewegingen die ze met haar vingers moet maken op de toetsen. Muzikaal gebeurt er in haar hoofd nagenoeg niets. Omdat Aafje zo’n doorzetter is, lukt dit wel een aantal weken. Na enkele weken vragen de ouders van Aafje aan de pianoleraar of Aafje muzikaal is. Logisch toch? Anders is het weggegooid geld. De heer G. Sleutel laat de 12 lessen die hij inmiddels aan Aafje gegeven heeft door zijn gedachten gaan. Fijne meid die Aafje. Elke week zijn haar lessen in orde. Oké, het klinkt allemaal een beetje droog, maar dat komt wel goed als we in de toekomst echt muziek gaan maken. De ouders krijgen een positief advies: het is een muzikaal meisje.

Echt waar? Dat weten we nog niet! Tenzij Aafje tijdens deze eerste lessen al blijk had gegeven van allerlei (extra) muzikale eigenschappen. Aafje is gewoon handig genoeg in het lezen van het notensysteem. Alles wat zij leest, zet ze om in vingerbewegingen of grepen. Omdat er muzikaal gezien bar weinig gebeurt, zal zij in de toekomst een keer vastlopen, of iets blijven doen wat ze eigenlijk niet muzikaal beleeft. Sterker nog, als zij wat minder slim en/of handig was geweest, was ze veel eerder gestrand. Als je niet hoort wat je speelt, dan weet je ook niet wat je fout doet en misschien denkt u wel: “zo heb ikzelf vroeger ook les gehad.”

Hoe moet het dan wel?


Uiteraard rijst al lezend bij u de vraag: “Hoe moet het dan wel?”

Ik zal u uitleggen hoe dit te realiseren is. Tevens zal ik de aanpak van een grote groep bespreken. Want als het met Aafje Octaafje anders moet, hoe pak je dit dan aan bij een grote groep van 25 tot 30 kinderen. Hoe leer je een schoolklas op een juiste manier het notenbeeld aan, zonder de fouten te maken die de heer G. Sleutel bij Aafje Octaafje maakte? Nogmaals: Aafje was een privé-leerling, maar de heer G. Sleutel had ook voor de klas kunnen staan en dan was hetzelfde gebeurd.

Puntsgewijs laat ik u zien wat er in de eerste lesweken gedaan wordt. Deze periode kan echter veel langer zijn en zal ook altijd actueel blijven in de verdere muzikale opleiding. De auditieve fase De titel zegt het al. We schakelen het gehoor in!

  • Het muzikale geheugen testen en uitbreiden
Testen of de leerling voldoende bij machte is om het verschil tussen hoge en lage tonen te horen. Dit kan door een eenvoudige oefening waarbij de leerling steeds een toon die door de docent gespeeld wordt, vergelijkt met de toon die daaraan vooraf ging. De leerling heeft steeds de keuze uit 3 antwoorden: zelfde -, hogere- of lagere toon.
  • De leerling stap voor stap kennis laten maken met het notenbeeld, zonder daarbij het gehoor uit te schakelen, want dat gebeurt maar al te vaak. Menig muziekleraar is blij wanneer de leerling het notensysteem begrijpt en al lezend allerlei handelingen uitvoert. Daar heb je weer die typisch Nederlandse wetenschappelijke benadering. In dat opzicht zouden we een voorbeeld kunnen nemen aan andere landen, waar men veel meer vanuit het gevoel werkt. Hoort de leerling alles wat hij doet? Heeft de docent een redelijk beeld van datgene wat er in het hoofd van de leerling gebeurt? Als die leerling alle handelingen die de notenbalk voorschrijft een tijdje goed uitvoert, is hij dan muzikaal of noemen we dat gewoon “handig”? We beginnen met het zingen van eenvoudige 3-toonsliedjes zoals bijv. “Mieke hou je vast.” Dit liedje geven we een wat vlottere tekst en daarna gaan we met elkaar nadenken over het melodieverloop van dit liedje. We gaan proberen om de tonen van dit liedje op te schrijven. Hiermee bereiken we dat de leerling inwendig het liedje regel voor regel moeten zingen en daarna opschrijven. We noemen dit een muzikaal dictee. Daar hebben we geen notenbalk voor nodig. We kunnen volstaan met 1 lijn. Van boven naar beneden hebben we dan de mogelijkheid om 3 open balletjes te tekenen. 1 op de lijn, 1 door de lijn en 1 hangend onderaan de lijn. De docent zingt 1 regel voor van het 3-toonsliedje. Het eerste open balletje wordt gegeven aan de leerling. Daarna moet hij al luisterend en inwendig zingend opschrijven wat hij hoort. Nu gebeurt er muzikaal gezien echt iets!
Belangrijk is ook dat we dit omdraaien. Open balletjes op een lijn tekenen en de leerling dit laten zingen of spelen. Hij moet nu een klankvoorstelling opbouwen bij een nog heel summier notenbeeld.

Het voordeel van deze kleine oefeningen is dat de privé-leerling al snel kan gaan spelen en leerlingen in de klas snel achter het keyboard plaats kunnen nemen. Deze eenvoudige melodieën laten zich al snel uitvoeren omdat ze maar uit 3 tonen bestaan en er de eerste lessen slechts met 3 vingers gespeeld wordt.
  • De bovenstaande oefeningen worden per les uitgebreid. De melodieën die de docent voorspeelt worden langer. De toonafstanden worden groter, dus de leerlingen hebben een tweede lijn nodig.
  • Los van het zingen, spelen en opschrijven van melodieën ontwikkelen we het ritmegevoel van de leerling. Later brengen wij dit bij elkaar. De leerling leert 4 notenwaarden: hele-, halve-, kwart- en achtste noot. Daarmee gaan we een aantal weken aan de slag. Op school kan dit als volgt. Per rij of groep in de klas doen we tikoefeningen: 1 rij tikt kwartnoten en na enige tijd voegt rij 2 zich daarbij met achtste noten en tot slot komt rij 3 daarbij met halve noten. Er ontstaat zo een ritmisch orkest. Niets is leuker voor de leerlingen dan actief bezig zijn en nog iets te leren ook! Verder doen we ritmeoefeningen met plaatsnamen. Door het uitspreken van plaatsnamen ontstaat er een bepaald ritme. Dit ritme schrijven de leerlingen dan in noten achter de plaatsnaam. Een ritme moet je voelen en kinderen bewegen graag. Al klappend kan een privé-leerling en een klas zich vele ritmen eigen maken.
  • Les aan les ontwikkelt het ritme, het spelen en het opschrijven van melodieën zich verder. Nu is het tijd om het ritme te integreren in de oefeningen waarbij de leerling melodieën die hij hoort, moet noteren op 1 tot 3 lijnen. De open balletjes die hij getekend heeft, moeten nu op een aantal plaatsen ingekleurd worden, er komen stokjes aan en soms ook vlaggetjes (achtste noten).
  • Na een aantal lessen is de leerling inmiddels dusdanig bekend met luisteroefeningen, ritmeoefeningen en het spelen en tegelijkertijd muzikaal beleven van oefeningen, dat hij aan een notenbalk toe is. Die kan dan ook rustig geïntroduceerd worden. Zelfs dan is het nog goed om met melodieën te beginnen die een niet al te grote omvang hebben.
 Improvisatie tijdens de auditieve fase

Vanaf het begin is de leerling dus bezig geweest met het spelen en noteren van kleine melodieën. Het is echter nog leuker om direct vanaf het begin ook aan allerlei improvisatorische elementen te werken door middel van de volgende oefeningen:

- De leerling melodieën hoger of lager te laten spelen (transponeren). Zo krijgt de leerling ook een beter inzicht in toetsafstanden (wit en zwart). Dat is beter dan dat de leerling al weet wat een a of een b is zonder dat hij het verschil hoort tussen toonafstanden.

-De leerling onvolledige door de docent voorgespeelde melodieën laten afmaken. -De leerling een melodie laten verzinnen als antwoord op een door de docent gespeelde melodie (vraagantwoordspel).

-De leerling een simpele bas laten spelen in de linkerhand.

De leerling zal door deze oefeningen in de toekomst ook een beter oor krijgen voor de melodieën van de composities die hij gaat spelen. "Zinsopbouw" en “grammatica” geldt ook binnen de muziektaal!

Auditieve fase ten allen tijde actueel/ de gevorderde speler


Ook “gevorderde” leerlingen komen vaak in de knoop omdat in de eerste lessen (en daarna) alleen de nadruk is gelegd op het spelen van blad. Noten lezen en grijpen maar. Na de auditieve fase blijft het belangrijk om de leerling aan te sporen een klankvoorstelling te maken van het muziekstuk dat op de lessenaar staat. Als je een melodie die je wilt gaan spelen eerst probeert te zingen, dan ga je er al heel anders mee om. Als een leerling tijdens het spelen een fout maakt dan gebeurt het maar al te vaak dat er een gevolgtrekking gemaakt wordt door middel van een wetenschappelijke/ theoretische benadering. Het gehoor wordt dan weer eens uitgeschakeld. Als de docent tijdens het spelen meerdere keren moet roepen dat je een kruis bent vergeten en je hoort niet waarom, dan is er iets loos. Als de kruizen steeds voor de noten hadden gestaan, was dit misschien niet gebeurd. Echter, kruizen en mollen staan vaak vooraan bij de sleutel. Als we nu even teruggrijpen op de auditieve fase die te allen tijde actueel is, dan had de roep van de docent voorkomen kunnen worden.

Al die oefeningen in de auditieve fase: melodieën zingen, naspelen, transponeren, zelf verzinnen dragen ertoe bij dat je een duidelijk en geoefend gehoor ontwikkelt. En die kruizen zijn echt niet zo moeilijk. Die leerling heeft in de auditieve fase allang een keer “Vader Jacob” gespeeld. De eerste keer moest hij op een C beginnen. Dat was makkelijk, want alleen de witte toetsen werden daarbij gebruikt.

Maar toen de docent zei: “begin nu maar op een d”, kwam hij erachter dat er ook zwarte toetsen gebruikt kunnen worden binnen zo’n melodie. Omdat de leerling het versje kent, hoort hij ook wanneer hij een fout speelt en dat hij die fout kan verbeteren door een zwarte toets te gebruiken. Dat je zoiets een kruis of mol noemt kan later wel een keer verteld worden.

Conclusie:

-Door een auditieve fase vanaf het begin van de lessen en door in de huid van een melodie of compositie te duiken, begrijpt de leerling ook beter waarom hij een bepaalde fout maakt tijdens het spelen.

-Docenten die niets aan de ontwikkeling van het muzikale gehoor doen, worden ten onrechte boos op een leerling die fouten blijft maken. Als ze zouden weten wat er loos is, dan zouden ze nog respect krijgen voor de vele tijd die het de leerling heeft gekost om al die nootjes in te studeren die hem niets hadden te zeggen.

Kan iedereen dit leren?


Natuurlijk is niet iedere leerling muzikaal. En ook improviseren kun je niet leren. Als docent kan je alleen maar datgene ontwikkelen en uitbreiden wat de leerling als bagage heeft. Als de docent wekenlang bezig is om de leerling het verschil tussen hoog en laag bij te brengen, dan mag je toch wel de voorzichtige conclusie trekken dat de leerling niet veel gevoel voor muziek heeft.

Tot slot


Hopelijk heb ik hier in het kort een beeld kunnen schetsen van de complexiteit van het lesgeven. Iedere leerling is anders. Het is onjuist om voor iedere leerling hetzelfde lesprogramma te gebruiken. Het is mijn passie om alles uit een leerling te halen. Het is een sport om te doorgronden wat er muzikaal gezien gebeurt in het hoofd van de leerling. Ik hoop dat ik dit nog lang mag doen in goede gezondheid.